Visie MEE – Steun organiseren

Steun organiseren betekent verbondenheid creëren in een leven vol kruispunten

De ondersteuning bieden die iemand nodig heeft en tegelijkertijd het systeem betaalbaar houden. Allereerst vanuit mensvisie, omdat iedereen beschikt over het recht op leven en we al het nodige doen om te waarborgen dat mensen met een beperking dat op voet van gelijkheid met anderen ten volle kunnen genieten[1] en in het bijzonder alle diensten op het gebied van zorg verschaffen die mensen met een beperking nodig hebben vanwege hun beperking[2].

Het (de)centraliseren van taken op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, jeugd, participatie en bijvoorbeeld passend onderwijs gaat gepaard met een inhoudelijke transformatieopdracht, maar ook met schaarste in middelen. Leidend tot een zoektocht naar (informele) steunsystemen en efficiëntie in de keten. “Veel gedaan, te weinig bereikt”, kopt Sociale Vraagstukken dan ook naar aanleiding van de publicatie van Vijf jaar lokaal sociaal domein[3]. Toch geven de pleitbezorgers ook aan dat de maatschappelijke noodzaak van de decentralisaties alleen maar dringender is geworden. Maar dan hebben we wel burgers nodig die lokaal gezamenlijk problemen oplossen, in plaats van door de centrale overheid als klant te worden gezien. Want we vragen simpelweg te veel zorg om vanuit de oude ‘producent-consument-verhouding’ te kunnen leveren.

Recht van de sterkste?


Enerzijds willen we dat iedereen recht heeft op zorg en ondersteuning. Anderzijds dreigt dit door de schaarsheid aan middelen ten koste te gaan van de meest kwetsbare mensen, die dit het hardst nodig hebben en waarvoor het minst geregeld is. Zo ervaren mensen met een beperking en chronisch zieken nog te vaak hinder van de uitvoering van wet- en regelgeving, die er juist is om hen te ondersteunen[4]. Uit onderzoek naar de voortgang van cliëntondersteuning blijkt ook dat juist voor kwetsbare mensen het systeem niet altijd toegankelijk is. De oplossing zou liggen in outreachend werken; de enige functie die als wenselijk wordt geacht, maar in de praktijk nog weinig voorkomt[5].

 

Checks en balances in overheidsbeleid


De verankering van het recht op cliëntondersteuning in de Wmo en de Wlz is een van de checks en balances in het overheidsbeleid die ervoor moet zorgen dat kwetsbare mensen die niet in staat zijn om zelf steun te organiseren altijd terug kunnen vallen op iemand die hen hierbij helpt. Net als het vergoeden van IQ-testen door het CIZ voor mensen die deze nodig hebben voor de (indicatie van de) juiste zorg en nergens anders vergoed krijgen. Centraal hierbij staat eigen regie: regie over alle domeinen van het leven en alles wat naar eigen inzicht nodig is om een goed leven te leiden[6].

Domeinen overstijgen


Mensen met een beperking hebben bij hun zorg- en ondersteuningsvraag zelden slechts met één wet te maken. Bij de toegang tot voorzieningen en wanneer zorg en ondersteuning overgaan naar een andere wet, ontstaan gaten[7]. Dat maakt het vinden van de juiste zorg op de juiste plek erg lastig en zorgt ervoor dat mensen tussen wal en schip raken. Het wettelijk recht op cliëntondersteuning vanuit ofwel de Wmo ofwel de Wlz alleen is dus geen garantie op het vinden van de juiste zorg en ondersteuning. De oplossingen liggen voor de hand en worden breed onderschreven: een domeinoverstijgende en breed toegankelijke cliëntondersteuning[8].

Tegelijkertijd zien we ook dat we plooien die zichtbaar worden, gladstrijken. De nadruk ligt daarbij op kwetsbare mensen die de steun het hardst nodig hebben. Zo is in 2019 in opdracht van VWS de pilot Netwerkgids van start gegaan om mensen met de meest complexe vragen intensiever en met meer professionele regelruimte te helpen bij de zoektocht naar passende ondersteuning of zorg.

Eigen regie en verlangen naar integraliteit


En dat is niet vreemd, wetende dat de grootste drijfkracht in het huidige beleid het hebben of verkrijgen van eigen regie is: regie over alle domeinen van het leven en alles wat naar eigen inzicht nodig is om een goed leven te leiden[9]. Deze beweging is er niet alleen omdat de overheid het wil, maar ook omdat mensen zelf initiëren. Burgers nemen steeds vaker het heft in eigen hand, bijvoorbeeld in de vorm van burgerinitiatieven[10]. Uitgaan van de eigen regie en keuzes leidt tot duurzamere oplossingen, is de redenering, opdat deze beter bij de belevingswereld passen. Werken vanuit eigen regie vraagt om een houding van professionals waarbij het uitgangspunt is: de cliënt staat aan het roer[11]. Waarbij de professional volgt, vertrouwen toont en onderzoekt waar iemands kracht ligt, helpt om diens motivatie te vinden én ondersteunt bij het in kaart brengen en versterken van contacten.

Het besef dat de context van belang en van invloed is, neemt steeds meer toe[12]. We bevinden ons namelijk tevens in een tijd waarin de grenzen tussen organisaties en domeinen steeds meer gaan schuiven. Leidend tot een verlangen naar integraliteit en het besef van het belang, maar ook de complexiteit van samenwerken, netwerken en in verbinding zijn[13]. Met dit integraliteitsprincipe wordt bedoeld: starten bij de cliënt als mens en zijn behoeften. Niet de ziekte of beperking is leidend, maar het vraagstuk van deze persoon en wat hij belangrijk vindt in zijn leven. Zonder te starten vanuit een holistische blik kan de essentie worden gemist.

Steunsystemen creëren


Gemene deler is de erkenning van het belang van verbinding. Verbinding tussen alle domeinen van het leven, de (behoeften van de) persoon zelf en de netwerken en organisaties om iemand heen. Een pleidooi voor het creëren van een allesomvattend en duurzaam steunsysteem. Steun organiseren betekent dan ook verbondenheid creëren: ervoor zorgen dat alle informele en formele structuren om iemand heen benodigd optimaal met elkaar samenwerken voor een duurzame oplossing. Een steunsysteem dat zoveel mogelijk vragen opvangt, afvangt en vooral ook voorblijft. Professioneel, maar ook zoveel mogelijk vanuit het eigen netwerk, vrijwilligers of bijvoorbeeld ervaringsdeskundigen (informele zorg).

Samenspel formele en informele zorg


Informele zorg kan een waardevolle bijdrage leveren naast inzet van formele zorg. Het kan in sommige gevallen kwetsbare situaties ontlasten waar ook (geïndiceerde) zorg ingezet zou kunnen worden. Dit is niet alleen goedkoper, maar in veel gevallen hebben mensen er zelf ook baat bij. Zo zorgt het organiseren van logeeropvang door vrijwilligers er bijvoorbeeld voor dat een kind uit een instelling kan blijven, maar ook voor een huiselijke sfeer en het niet steeds wisselen van hulpverleners. Bovendien kan het zorgdragen voor duurzame ondersteuning wanneer de vrijwilliger op den duur een betrouwbaar netwerk vormt met een hoge betrokkenheid door intrinsieke motivatie (als gevolg van een langduriger relatie). Een netwerk waar de mantelzorger op terug kan vallen, ook als de hulpverlener weer weggaat, en wellicht op meer vlakken dan waarvoor de vrijwillige relatie oorspronkelijk tot stand is gekomen.

Daar waar de meerwaarde van informele zorg met name toegeschreven wordt aan het goed mee kunnen denken vanuit de leefwereld van de persoon en de laagdrempeligheid in contact, blijft formele zorg noodzakelijk vanwege de beroepsmatige kennis van mensen met een beperking, de invloed van een beperking op het functioneren op alle leefgebieden, methodische aanpakken, een relevant netwerk, het werken volgens kwaliteitsstandaarden en hun aanspreekbaarheid op en verantwoordelijkheid voor de ondersteuning aan de persoon[14]. Er is dan ook steeds meer aandacht voor het samenspel van formele en informele zorg[15]. Uit onderzoek blijkt dat er met name binnen de Wmo veel ingezet wordt op ‘blended’ ondersteuning, binnen de Wlz nog vrijwel niet[16].

Ervaringsdeskundigheid


Informele zorg ingevuld vanuit ervaringsdeskundigheid biedt daarnaast nog andere voordelen: ervaringsdeskundigen zijn goed in staat de leefwereld van de cliënt centraal te stellen, de inzet van ervaringsdeskundigen draagt bij aan een betere participatie van kwetsbare burgers, het heeft een belangrijke meerwaarde voor de ervaringsdeskundigen zelf en belanghebbende partijen als gemeenten zijn enthousiast omdat deze initiatieven goed aansluiten bij principes van eigen kracht en onderlinge steun[17]. Op deze manier zijn informele ondersteuners complementair aan het werk van formele ondersteuners; op zichzelf staand met eigen waarden, effectief bewezen en aanvullend[18]. Een bonus kan bovendien een professional mét ervaringsdeskundigheid zijn, waarnaar sinds kort onderzoek gedaan wordt bij onder andere MEE[19].

 

Informele zorg bij mensen met een beperking


Bij het inzetten van informele zorg bij mensen met een beperking als onderdeel van de steunstructuur om iemand heen, zijn een aantal succesfactoren en aandachtspunten van belang:

  • Aandacht voor de periode na de match: informele ondersteuner én persoon in kwestie voorbereiden op de implicaties van de beperking. Met als doel het verduurzamen van de relatie: hoe maak je afspraken, hou houd je je daaraan, hoe zorg je ervoor dat het niet oploopt tot escalatie (ander gedrag).
  • Achterwacht organiseren: informele ondersteuner de mogelijkheid bieden altijd op iemand terug te kunnen vallen voor informatie en advies, een professional met expertise. Met als doel voorkomen dat mensen vroegtijdig afhaken (dit kan ik niet). Weten dat je op iemand terug kan vallen zorgt direct voor meer zelfvertrouwen (voorkomen van onderschatting). Maar ook het voorkomen van overbelasting van de mantelzorger. Doordat diegene ook tegen je zegt dat het oké is als je het niet meer kan (voorkomen van overschatting).
  • Belang van erkenning en waardering: vrijwilligers drijven op intrinsieke motivatie. Uit verschillende studies blijkt dat vrijwilligers beloond kunnen worden door tegemoet te komen aan hun intrinsieke motivatie, die voor iedereen anders kan zijn[20].
  • Open blik: enerzijds is het van belang hoge eisen te stellen aan vrijwillige inzet (helemaal bij kinderen), anderzijds om een open blik te houden voor het potentieel en de talenten van op het eerste oog wellicht niet voor de hand liggende groepen waar zich tevens capaciteit bevindt (studenten, mensen met een beperking zelf).
  • Kwetsbaarheid ervaringsdeskundigen: tegelijkertijd moet in gedachten gehouden worden dat ervaringsdeskundigen zelf nog herstellende kunnen zijn of perioden van kwetsbaarheid ervaren, waardoor zij verminderd inzetbaar zijn.
  • Continuïteit, deskundigheid en kwaliteit: randvoorwaarde voor het samenspel tussen formele en informele zorg is het borgen van continuïteit, deskundigheid en kwaliteit, hetgeen bij inzet van vrijwilligers niet altijd vanzelfsprekend is[21].
  • Brede kennis: vrijwilligers of ervaringsdeskundigen zullen doorgaans niet bij alle doelgroepen of voor alle levensgebieden werkzaam kunnen of willen zijn. Zij zijn doorgaans gespecialiseerd in een bepaalde doelgroep of hebben veel kennis over bepaalde levensgebieden[22].
  • Belang van coördinator: bij het samenspel van formele en informele zorg is de rol van een coördinator of beroepskracht in de procesbegeleiding om bovengenoemde redenen erg belangrijk[23].

Hoe hoger de betrokkenheid, hoe meer de professional op afstand kan blijven


De meeste mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, krijgen hulp van hun naasten. De aanwezigheid van naasten, familie en mantelzorgers is een belangrijke factor om thuis te kunnen blijven wonen. Niet alleen helpt een sociaal netwerk om meer in regie te blijven, ook de relaties zelf zijn voor mensen van wezenlijk belang[24]. Niet voor niets is er in de afgelopen jaren volop ingezet op sociale netwerkversterking binnen het sociaal domein om formele zorg tot het noodzakelijke te kunnen beperken. Naast informele zorg biedt een netwerk ook het plezier van samen dingen doen, emotionele steun, en leidt het tot meer welbevinden, zelfredzaamheid en eigen waarde[25]. Onderzoek bevestigt het effect van sociale netwerkversterking[26]: cliënten hebben een sterker netwerk, meer duidelijkheid over rollen, meer steun en meer praktische hulp. Ze gaan of blijven participeren in een betaalde baan, opleiding of passende dagbesteding. Er is minder zorg- en hulpverlening nodig. Tot slot is er sprake van meer welbevinden, eigenaarschap en zelfvertrouwen bij cliënten, minder belasting van mantelzorgers en meer werkplezier bij professionals.

De duurzaamheid van deze aanvullende, informele zorg valt of staat met de mate van betrokkenheid van het netwerk, de mantelzorger en/of de vrijwilliger bij de persoon die hulp nodig heeft. Intrinsieke motivatie speelt een belangrijke rol bij vrijwilligers[27]. Hoe hoger de betrokkenheid, hoe meer de professional op afstand kan blijven (dat wil zeggen: voor dat deel van de zorg waarvoor men niet afhankelijk is van beroepsprofessionals). Steun organiseren betekent voor een belangrijk deel dan ook verbondenheid organiseren, ervoor zorgen dat mensen betrokken bij elkaar raken en blijven.

Georganiseerde netwerken voor wie dit niet voldoende is


Sinds de invoering van de Wmo wordt er veelal geen apart doelgroepenbeleid meer gevoerd. Experts zijn het er echter over eens dat mensen met een (licht verstandelijke) beperking en zwakbegaafden steeds minder goed lukt om zonder ondersteuning te functioneren in een samenleving die steeds ingewikkelder wordt[28]. Bij mensen met een beperking, waar de beperking levenslang en levensbreed invloed heeft, is de aanwezigheid van een sterk netwerk des te meer van waarde en tegelijkertijd vaker afwezig[29].

Dit betekent enerzijds nog steeds maximaal inzetten op het versterken van (de mate van betrokkenheid van) een netwerk dat reeds (latent) aanwezig is. Bijvoorbeeld door sociale netwerkversterking, het opzetten van vriendenkringen of logeerkringen. En anderzijds de schaarse middelen voor formele zorg en ondersteuning beschikbaar stellen voor wie dit niet verder versterkt kan worden; compenseren voor de afwezigheid van de benodigde mate van betrokkenheid of capaciteit vanuit deze groep. Steun organiseren betekent dan een combinatie: het creëren van een georganiseerd netwerk, waarbij informele en formele ondersteuning er samen doorlopend voor zorgen dat pieken en dalen afgevlakt worden in een leven vol kruispunten. Dit is niet alleen het goedkoopst, maar biedt ook de meeste kwaliteit van leven.

 

Leven vol kruispunten: steun organiseren bij mensen met een beperking


Alle mensen, met of zonder beperking, hebben dezelfde wensen en toekomstdromen. De belangrijkste keuzemomenten zijn hetzelfde. Maar wanneer je een beperking hebt, kan het lastiger zijn om hiermee om te gaan[30]. In tegenstelling tot mensen zonder beperking, kan het leven van iemand met een beperking vaker gekenmerkt worden door pieken en dalen, volgend op cruciale kruispunten en keuzemomenten in het leven. Hierdoor loopt iemand met een beperking het risico in moeilijke situaties terecht te komen, met alle gevolgen van dien. Bijvoorbeeld omdat overschatting of het niet kunnen overzien van de consequenties van keuzes zorgen voor uitval en (vergaande) problematiek. Omdat een beperking of chronische ziekte ervoor zorgt dat zij (deels) afhankelijk zijn van zorg of ondersteuning om zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. Of omdat een cognitieve beperking ervoor zorgt dat de risico’s van hun kwetsbaarheid groter zijn, bijvoorbeeld om slachtoffer te worden van misbruik. Waarbij problemen in het ene leefgebied invloed hebben op legio andere leefgebieden. En zij bij een op het eerste oog relatief kleine ontwikkeling in een bepaald vlak, terug kunnen vallen op allerlei andere vlakken, soms zelfs tot primaire levensbehoeften. Bovendien spelen er vaak meerdere levensvragen tegelijkertijd of hebben de levensvragen met elkaar te maken.

Zij hebben dan ook meer baat bij een ‘vinger aan de pols’: preventief contact op cruciale momenten en nagaan of het (nog) goed gaat op alle levensdomeinen die van invloed kunnen zijn op het functioneren. Door de informele en formele netwerken om iemand heen vervolgens te activeren die dit kunnen ondersteunen, ontstaat bovendien een duurzame oplossing.

Proactief contact


Onderzoek naar kritische kruispunten in het leven onder mensen met een beperking en de resultaten van een werkwijze om hen proactief te ondersteunen in de vorm van levenscoaching, bevestigt dit[31]. Mensen met een beperking hebben baat bij een levenscoach die zich niet beperkt tot één levensvraag tegelijk. Maar ook wanneer er geen concrete vraag speelt, is regelmatig contact wenselijk om een vinger aan de pols te houden. De exacte formule is altijd maatwerk, sterk afhankelijk van de persoon en diens ondersteuningsvragen.

Uit het onderzoek blijkt dat met name de kennis van het zorgsysteem, kennis van de sociale kaart, advisering, betrokkenheid en laagdrempeligheid door cliënten met levenscoaching erg worden gewaardeerd. De meerwaarde van een levenscoach voor mensen met een beperking zit echter vooral in de langdurige betrokkenheid en de actief betrokken houding van een levenscoach, via het regelmatig proactief contact zoeken met de cliënt. Dit geven zowel cliënten met als cliënten zonder levenscoaching aan. Het grote verschil is dat de langdurige betrokkenheid de drempel om een vraag te stellen veel lager maakt dan wanneer via de reguliere ondersteuner opnieuw een vraag ingediend zou moeten worden. De ideale levenscoach is proactief in het contact met de cliënt, langdurig betrokken en neemt het leven van de cliënt niet over maar vergroot wel diens daadkracht; de cliënt kan en durft meer zelf te doen. Hierdoor worden vragen eerder gesteld en opgelost en zullen minder snel leiden tot grote problemen.

Een maatschappelijke kosten-batenanalyse bevestigt de indicatie dat deze vorm van levenscoaching uiteindelijk zwaardere vormen van zorg en ondersteuning voorkomt, evenals andere maatschappelijke kosten[32].

Vinger aan de pols, kortcyclisch en outreachend


MEE pleit daarom, juist als de middelen schaars zijn, voor het organiseren van een ‘vinger aan de pols’ voor de meest kwetsbare mensen bij wie hun beperking ervoor zorgt dat ze een leven lang vragen en ondersteuning nodig zullen hebben[33]. Voor wie het niet voldoende is om achterwacht te organiseren, maar ook om outreachend te werken: waakvlamcontact. Het gaat daarbij niet om een langlopend begeleidingsproces, maar wel om regelmatige, kortdurende contacten (kortcyclisch). Om daarbij tijdig vast te stellen dat iemands situatie verandert. En wat de betekenis hiervan is voor verschillende levensgebieden en de ondersteuning die afhankelijk daarvan (meer of minder) nodig is vanuit de informele en formele structuren om iemand heen.

 

Succesfactoren: de ideale ‘vinger aan de pols’


Bij het organiseren van een outreachende ‘vinger aan de pols’ bij mensen met een beperking zijn de volgende succesfactoren en aandachtspunten van belang[34]. De ideale ‘vinger aan de pols’:

  • Is gericht op ‘leren leven’ en minder op ‘overleven’; het samen met de persoon zoeken naar duurzame oplossingen.
  • Heeft een onafhankelijke positie die ervoor zorgt dat de hij of zij als objectieve derde partij kan fungeren. Iemand die samen met de persoon kijkt waar ondersteuning nodig is en vervolgens samen zoekt naar een passende oplossing. Hij of zij is proactief in het contact, is langdurig betrokken en neemt het leven niet over, maar vergroot de daadkracht van de persoon; de persoon kan en durft meer zelf te doen.
  • Is laagdrempelig toegankelijk en goed bereikbaar. Hij of zij is empathisch, open, onafhankelijk, flexibel, kan goed luisteren en zich inleven in het leven van de persoon.
  • Heeft expertise en ervaring met de doelgroep, heeft korte lijntjes met relevante organisaties en kent de sociale kaart goed.
  • Kan ingezet worden per individu, maar interessant zou zijn om te kijken in hoeverre deze ook ingezet kan worden ter bevordering van het functioneren van hele (gezins)systemen.
  • Werkt op basis van wederzijds vertrouwen. Zonder vertrouwen is er geen vruchtbare samenwerking tussen de ondersteuner en de persoon mogelijk; er is vertrouwen nodig om laagdrempelig om hulp te kunnen vragen. In een relatie met langdurige termijn is het dan ook goed evaluatiemomenten in te richten waarbij (het bevestigen van) wederzijds vertrouwen aandachtspunt is.
  • Zou bij een rol op het snijvlak van medische zorg en veiligheid tevens een bijdrage kunnen leveren aan een betere gezondheid door therapietrouw en afspraaktrouw te vergroten dan wel het voorkomen van recidive na detentie.

Inzetten op preventie


Ook de VNG[35] adviseert tijdig en doordacht in te zetten op preventie en stelt dat een preventieve benadering vooral gebaat is bij een infrastructuur die mensen helpt bij sociale levensvraagstukken als schulden, stress, armoede en eetpatronen: liever een coach die een gezin op gezette tijden en ‘bijsturend’ bijstaat dan deze kennis pas inzetten als de problemen zich al hebben opgestapeld.

Meedoen is doen


MEE gelooft in doen. Onze kennis is practice based. We borduren voort op de kennis die er al is. En hebben echte ‘kunners’ in huis. Die meedoen mogelijk maken. En meedoen mogelijk maken faciliteren. Samen met partners. En ervaringsdeskundigen, de mensen om wie het gaat en hun omgeving. Ook de VNG stelt dat preventie geen behoefte heeft aan evidence-based, maar aan practice- en value-based motivatie. Werken aan preventie komt voort uit vertrouwen tussen professionals en bestuurders vanuit verschillende domeinen, in het volle besef dat de besparingen mogelijk ook elders liggen. En bovenal vertrouwen in de persoon zelf, waarbij niet de beperking leidend is, maar diens mogelijkheden en wat hij of zij belangrijk vindt in het leven.

MEE is de expertisepartner voor alle partijen die steun organiseren mogelijk willen maken en kan de benodigde kennis, advies en ondersteuning bieden: overheid, zorg en welzijn, veiligheid en justitie, enz.

[1] VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, artikel 10, New York, 13-12-2006, in Nederland geratificeerd in 2016
[2] VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, artikel 25b, New York, 13-12-2006, in Nederland geratificeerd in 2016
[3] Vijf jaar lokaal sociaal domein, Sociale Vraagstukken, 2020
[4] MEE Trend- en signaleringsrapportage, MEE NL, 2019
[5] Kamerbrief ‘Voortgang cliëntondersteuning’, Ministerie van VWS, 20 juni 2019
[6] Wat werkt bij eigen regie, Movisie, 2017
[7] MEE Trend- en signaleringsrapportage 2019, MEE NL, 2019
[8] Kamerbrief domeinoverstijgende samenwerking Wlz, Ministerie van VWS, 23 december 2019; Zorgverzekeraars Nederland in ‘ZN maakt zich sterk voor één loket voor cliëntondersteuning’, Skipr, 20 januari 2020; Nationale Ombudsman, Algemene Rekenkamer, SCP in ‘Vooral de kwetsbaarste mensen krijgen niet de zorg die zij nodig hebben’, Trouw, 17 oktober 2018
[9] Wat werkt bij eigen regie, Movisie, 2017
[10] Inspiratiewijzer Lokaal Samenspel, LSA, Movisie, Vilans, 2017
[11] Wat werkt bij eigen regie, Movisie, 2017
[12] Verlangen naar integraliteit, Tilburg University, 2017
[13] Verlangen naar integraliteit, Tilburg University, 2017
[14] Handreiking Onafhankelijke cliëntondersteuning – Samenspel formeel en informeel, Movisie, 2020
[15] Het eerste jaar koplopers, Movisie, 2019
[16] Wie helpen de weg te vinden?, Xpertisezorg, 2019
[17] Ervaringsdeskundigheid in de wijk, Movisie, 2015; Handreiking Onafhankelijke cliëntondersteuning – Samenspel formeel en informeel, Movisie, 2020
[18] Handreiking Onafhankelijke cliëntondersteuning – Samenspel formeel en informeel, Movisie, 2020
[19] RAAK! Ervaringsdeskundigheid, Windesheim, 2019
[20] Handreiking Onafhankelijke cliëntondersteuning – Samenspel formeel en informeel, Movisie, 2020
[21] Handreiking Onafhankelijke cliëntondersteuning – Samenspel formeel en informeel, Movisie, 2020
[22] Handreiking Onafhankelijke cliëntondersteuning – Wat valt eronder en hoe bied je het levensbreed aan, Movisie, 2020
[23] Handreiking Onafhankelijke cliëntondersteuning – Samenspel formeel en informeel, Movisie, 2020; Handreiking Onafhankelijke cliëntondersteuning – Wat valt eronder en hoe bied je het levensbreed aan, Movisie, 2020
[24] Verlangen naar integraliteit, Tilburg University, 2016
[25] Werken aan sociale netwerken van cliënten, Vilans, geraadpleegd op 4 mei 2020 op vilans.nl
[26] De impact van Sociale Netwerk Versterking, Femke Giesen, 2019
[27] Handreiking Onafhankelijke cliëntondersteuning – Samenspel formeel en informeel, Movisie, 2020
[28] Rapport Oog voor mensen met een lvb, Movisie, 2018
[29] Werken aan sociale netwerken van cliënten, Vilans, geraadpleegd op 4 mei 2020 op vilans.nl
[30] Leven vol kruispunten, Windesheim, MEE IJsseloevers, 2018
[31] Leven vol kruispunten, Windesheim, MEE IJsseloevers, 2018
[32] MKBA Levenscoach, Society Impact, 2017
[33] Handreiking Onafhankelijke cliëntondersteuning – Wat valt eronder en hoe bied je het levensbreed aan, Movisie, 2020
[34] Leven vol kruispunten, Windesheim, MEE, 2018
[35] VNG, 2018

Eens sparren?

Op de hoogte blijven? Schrijf je in!

Contact