Visie MEE – Tijdig signaleren en preventie

Tijdig signaleren loont, in elk opzicht

Signaleren kan leiden tot anders handelen. Het is daarmee de sleutel om dingen anders te kunnen doen en er daardoor voor te zorgen dat mensen met een beperking op allerlei vlakken mee kunnen doen. Op tijd, niet alleen in de zin van leeftijd, maar ook in proces. Ook omdat het loont, want voorkomen is beter (én goedkoper) dan genezen. MEE pleit voor het breder organiseren van tijdig signaleren vanuit een integrale, domeinoverstijgende blik, met goede schakels tussen signalering, integrale diagnostiek, (gezins)ondersteuning en afstemming tussen ketenpartijen. Niet vanuit stigmatisering, maar vanuit nieuwsgierigheid en mogelijkheden.

 

Vroeg vs. tijdig signaleren
Bij signaleren gaat het niet alleen om vroeg in de zin van leeftijd, maar ook in proces; de wens om vroegtijdig gepaste ondersteuning te kunnen bieden om negatieve gevolgen te voorkomen en bovenal mogelijkheden aan te reiken om de verdere ontwikkeling, in het bijzonder van talenten, te bevorderen. Hiermee bedoelen we dat de signalering nog tot op de volwassen leeftijd kan plaatsvinden: vroeg signaleren van achterstanden en risico’s die wijzen op of kunnen leiden tot sociale kwetsbaarheid[1].

Voorkomen is beter dan genezen. De focus op preventie vertaalt zich zichtbaar in de wens, wil of zelfs plicht om signalen van problemen die kunnen leiden tot (ernstige) ‘gezondheidsschade’ vroegtijdig te herkennen en direct adequaat aan te pakken. Van passief naar proactief en ‘outreachend’. De aanpassing in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening die geldt vanaf 2021 laat wel zien dat we bereid zijn hier steeds verder in te gaan. Tijdig in beeld hebben én acteren.

In het voorbeeld van schulden leert de ervaring dat mensen gemiddeld 5 jaar wachten voor ze bij de gemeente aankloppen voor hulp. En als de schulden inmiddels dusdanig hoog zijn opgelopen, is het niet alleen veel lastiger om deze af te lossen. Ook hebben de schulden dan vaak al tot andere problemen geleid; een slechtere gezondheid, problemen binnen het gezin en het verliezen van een baan omdat ze slechter presteren op het werk[2]. Bij mensen met een beperking zijn problemen in het ene levensgebied nog sterker van invloed op andere levensgebieden. Overschatting en het niet kunnen overzien van consequenties van keuzes, zorgen voor uitval en (vergaande) problematiek.

Tijdig signaleren en preventie
Investeren in tijdig signaleren, ook omdat het loont. Vroegtijdige onderkenning van een beperking sluit direct aan op het transformatiedoel van preventie. Door mensen enerzijds de kans te geven zich optimaal te kunnen ontwikkelen en functioneren in de maatschappij, hoeven zij anderzijds minder gebruik te maken van zwaardere zorg en veroorzaken zij minder maatschappelijke overlast en kosten[3]. Wanneer (problemen bij) mensen met een beperking tijdig herkend worden, kan daarom veel voorkomen worden. Zo komt er steeds meer onderzoek naar het preventieve effect van tijdig signaleren. Bijvoorbeeld in de kinderopvang en het onderwijs: elke euro geïnvesteerd in vroegsignalering en vroege interventie zou potentieel €3,70 maatschappelijk rendement op moeten leveren[4].

De eerste stap
Signaleren kan leiden tot anders handelen. Het is daarmee de sleutel om dingen anders te kunnen doen en er daardoor voor te zorgen dat mensen op allerlei vlakken mee kunnen doen. Tijdig signaleren is daarmee algemeen aangenomen als de eerste, noodzakelijke stap in een meertrapsraket die, via uitgebreidere diagnostiek, leidt tot een effectieve aanpak van problemen en – meer positief redenerend – meedoen[5]. In onze samenleving – helemaal nu deze steeds complexer wordt en de middelen voor ondersteuning van mensen die niet mee kunnen komen schaars zijn – is de bewustwording omtrent het belang van en ruimte voor inzet op preventie dan ook duidelijk merkbaar.

 

Tijdig signaleren in relatie tot een niet-zichtbare beperking
Wanneer sprake is van een niet-zichtbare beperking, is tijdig signaleren geen eenvoudige opgave en tegelijkertijd des te meer van belang. Neem bijvoorbeeld mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Zij vallen door hun gedrag uit de toon. Ze hebben dat zelf niet altijd door, maar anderen voelen haarscherp aan dat ze ‘anders’ zijn. Dat maakt hen kwetsbaar voor pesten en uitsluiting. Mensen met een LVB worden gemakkelijk overschat; ze zeggen het over het algemeen niet als ze iets niet begrijpen en je ziet het niet in hun reactie. Ook aan hun taalgebruik is het vaak niet te merken, daar ze woorden en zinnen gebruiken die ze hebben opgevangen, maar niet perse begrijpen. Het inzicht in hun beperkingen ontbreekt, al merken ze wel dat ze dingen niet kunnen die anderen wel kunnen en doen zich vaak groter voor om dit te verbergen[6].

Erkenning
De erkenning voor het belang van tijdige signalering reikt zelfs zo ver als tot de eerste 1000 dagen van een kind; wat er in de periode voor, tijdens en na de zwangerschap gebeurt, heeft grote invloed op de ontwikkeling, zowel fysiek, mentaal als sociaal[7]. Vooral stress (bij ouders) is een belangrijke risicofactor, die zelfs vaak zwaarder weegt dan medische of verloskundige risico’s. Deze stress wordt veroorzaakt door verschillende factoren, waaronder een LVB bij ouders. Daarnaast zijn blootstelling aan rook en slechte voeding risicofactoren die gerelateerd kunnen worden aan laagopgeleid zijn; er roken meer laagopgeleide vrouwen tijdens de zwangerschap en meer hoog- dan laagopgeleide moeders starten met borstvoeding. Ook buiten de 1000 dagen-cyclus is bekend dat mensen met een licht verstandelijke beperking op bepaalde gebieden extra risico lopen, bijvoorbeeld op het meemaken van seksuele grensoverschrijding[8].

Risicofactoren vs. beschermende factoren
Beschermende factoren kunnen de negatieve invloed van dergelijke risicofactoren echter verkleinen, waaronder zelfwaardering, zelfvertrouwen en sociale competenties van de ouders en praktische en emotionele steun vanuit het sociale netwerk. Goede voorlichting en ondersteuning van ouders is daarom van groot belang[9]. Omdat de kans op een goede start afhankelijk is van zowel medische als sociale factoren, is het zaak om tijdig risicofactoren te signaleren en op basis daarvan de juiste hulp of ondersteuning in gang te zetten. Voor een effectieve aanpak is een domein overstijgende ketensamenwerking daarom noodzakelijk.

Tijdig signaleren op basis van drie factoren
Daarnaast kunnen gedragsproblemen voor een deel verklaard worden door specifieke gezinskenmerken. Mensen met een LVB groeien namelijk relatief vaak op in multi-probleemgezinnen. En hoewel een LVB deels gebaseerd is op een cognitieve beperking, is alleen een IQ-score niet genoeg om te bepalen of, hoeveel en welke ondersteuning iemand met LVB nodig heeft. Het sociaal aanpassingsvermogen en de (sociaal-) emotionele ontwikkeling komen daarom steeds meer centraal te staan. Tot slot kunnen factoren in de sociaal-maatschappelijke omgeving een rol spelen, zoals armoede of een ongunstige vriendenkring. Vaak is er sprake van een negatief samenspel van risicofactoren. Samenvattend moet tijdig signaleren van een LVB gericht zijn op het verkrijgen van een profiel bestaande uit de volgende drie groepen risicofactoren en beschermende factoren[10]:

  1. het functioneren van de persoon zelf,
  2. de opvoedingsomgeving (gezin, school),
  3. de sociaal-maatschappelijke omgeving.

Een en ander geldt natuurlijk niet alleen bij een licht verstandelijke beperking, zoals in voorgaand voorbeeld; ook bij andere niet-zichtbare beperkingen vraagt tijdig signaleren om alertheid, zoals niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en vormen van autisme (ASS). Zo is de relatie tussen gedrag en NAH gemakkelijk te leggen direct na het ongeluk, herseninfarct of bijvoorbeeld sportincident dat het hersenletsel heeft veroorzaakt. Maar vaak gebeurt dit later, bijvoorbeeld op het moment dat iemand een nieuwe vaardigheid moet aanleren. En dan is de link tussen letsel en gevolg niet meteen gelegd, met alle (jarenlange) gevolgen van dien[11].

Integrale benadering
Gezien de grote omvang van de groep mensen met een (niet-zichtbare) beperking, de variëteit binnen deze alles behalve homogene groep en de sterke invloed van belemmeringen op het ene levensgebied op andere levensgebieden, pleit MEE voor een integrale, domeinoverstijgende benadering.

Onderzoek naar de status quo bij gemeenten bevestigt dat beleidsmatige aandacht voor mensen met een beperking begint met bewustwording van de noodzaak daarvoor, waarna gemeenten zich over het algemeen op (vroeg)signalering richten[12]. Gemeenten ervaren het naar eigen zeggen echter wel als een uitdaging om mogelijkheden om mensen met een beperking te signaleren ook buiten de gemeentelijke organisatie te organiseren, bijvoorbeeld in samenwerking met scholen. Zo weten zij nog niet altijd hoe (vroeg)signalering te gaan opvolgen en zijn ze zich bewust van het dilemma rondom het stigmatiseren van mensen met een beperking. Een integrale aanpak is voor gemeenten een gedroomde stip op de horizon, maar nog niet altijd werkelijkheid.

Succesfactoren
Bij het proces van tijdig signaleren pleit MEE daarnaast voor:

  • Nieuwsgierigheid als uitgangspunt
    Ieder persoon is uniek en heeft recht op zijn eigen ontwikkeling. Daarom begint en eindigt signaleren met nieuwsgierig zijn naar de persoon achter de beperking. Signaleren betekent niet alleen het hebben van kennis en vaardigheden in relatie tot beperkingen, maar zou moeten aanzetten tot contact met iemand die in eerste instantie ‘anders’ oogt, ongeacht wat de reden is voor dit anders zijn. En daarom kan het wenselijk zijn om niet direct te ‘classificeren’, een etiket aan een persoon toe te kennen. Dan is het signaleren van mogelijke risico’s belangrijker, zeker als daarbij ook aandacht is voor kansen of talenten[13]. Tijdig signaleren betekent samenspraak en samendoen (en hier serieus mee omgaan). Bewustwording, gevolgd door het loslaten van je eigen referentiekader en daarnaar handelen, in contact met de ander. Niet alleen wat kan er, maar ook: wat wil je. En bij die personen bij wie alleen nieuwsgierig zijn niet genoeg is, omdat zij door een beperking niet in staat zijn om dat inzicht zelf te kunnen geven: kennis en handvatten voor vaardigheden inzetten zonder de nieuwsgierigheid te verliezen.
  • Focus op mogelijkheden
    Om te voorkomen dat de zwakke kanten (of beperkingen) voortdurend aandacht krijgen, is het van belang om de sterke kanten of kansen en talenten bij het signaleren te accentueren; die kunnen immers aangrijpingspunt zijn om de ontwikkeling in brede zin te stimuleren. Een positieve basis zal in het algemeen leiden tot een meer evenwichtige ontwikkeling en bijdragen aan het voorkomen van gedragsproblematiek[14].
  • Tijdig signaleren in relatie tot omgeving bezien
    Preventie moet niet alleen gericht zijn op de persoon in kwestie zelf, maar ook verbonden zijn met het gezin en de sociale context. Allereerst omdat problematiek voor een deel ontstaat in en door risicovolle gezinssituaties, waarin onder andere sprake kan zijn van een beperking bij ouders, maar ook armoede, schuldenproblematiek, verslaving, verwaarlozing, mishandeling, huiselijk geweld en seksueel misbruik. Maar ook omdat juist het netwerk in positieve zin kan bijdragen aan een duurzame ondersteuning na signalering (en te helpen signaleren bij eventuele toekomstige problemen). Door met gerichte steun de eigen kracht en de sociale omgeving te mobiliseren, kan vaak de inzet van zware hulp worden voorkomen. Preventie zal dus een directe relatie moeten hebben met opvoedingsondersteuning en waar nodig met de inzet van specialistische ondersteuning[15].
  • Betekenis van signalering voor de persoon zelf
    Tijdig signaleren is niet alleen van meerwaarde voor de omgeving van mensen met een beperking, maar ook voor de persoon zelf. Dit betekent het opdoen van zelfkennis, wat is nodig om te kunnen leven en functioneren naar wens en vermogen. Onze maatschappij is meer ingericht naar vermogen, maar de wens is minstens zo belangrijk. Bovendien kan de een ook meer leren dan de ander. Het ‘herkennen van en omgaan met’ krijgt daarmee een andere lading: jezelf leren kennen, situaties leren herkennen en dan weten hoe om te gaan met deze situaties. En in een omgeving die meer open staat voor anders zijn en vanuit positieve nieuwgierigheid, zal iemand met een beperking ook sneller geneigd zijn te vertellen over diens beperking (in plaats van overprikkeld te raken door niets te zeggen). Om op die manier ook zelf meer bij te kunnen dragen aan een inclusieve samenleving (versterkend effect).

Grens aan preventie
Tot slot is een integrale benadering ook van belang omdat complexe problematiek als gevolg van een blijvende beperking niet altijd te voorkomen is, ondanks inzet op preventie. Preventie in relatie tot tijdig signaleren betekent ook het slechten van drempels om mee te kunnen doen, opdat deze niet ook nog doorwerken op andere levensgebieden. Training van zowel mensen met een beperking zelf als het netwerk, professionals en vrijwilligers om hen heen, draagt bij aan het vergroten van kennis en vaardigheden om tijdig te kunnen signaleren en van daaruit te handelen, maar hier zit een grens aan. In dat geval is ondersteuning met een specialistisch karakter noodzakelijk[16].

Gemeenten erkennen dat inzet op trainingen vooral het bewustzijn onder medewerkers vergroot, maar dat het echt herkennen van deze groep mensen lastig blijft en een taak voor (gespecialiseerde) professionals[17]. Ook de VNG stelt dat specifieke expertise bij de professional en ruimte om die expertise in te kunnen zetten voorwaarde is voor succesvolle (vroeg)signalering. Lokale inzet alleen is bovendien niet genoeg, er is baat bij een integrale aanpak met een ketenregisseur om te zorgen voor goede schakels tussen signalering, integrale diagnostiek, (gezins)ondersteuning en afstemming tussen ketenpartijen[18].

Meedoen is doen
MEE gelooft in doen. Onze kennis is practice based. We borduren voort op de kennis die er al is. En hebben echte ‘kunners’ in huis. Die meedoen mogelijk maken. En meedoen mogelijk maken faciliteren. Samen met partners. En ervaringsdeskundigen, de mensen om wie het gaat en hun omgeving. Ook de VNG stelt dat preventie geen behoefte heeft aan evidence-based, maar aan practice- en value-based motivatie. Werken aan preventie komt voort uit vertrouwen tussen professionals en bestuurders vanuit verschillende domeinen, in het volle besef dat de besparingen mogelijk ook elders liggen. MEE is de expertisepartner voor alle partijen die tijdig signaleren mogelijk willen maken en kan de benodigde kennis, advies en ondersteuning bieden: overheid, onderwijs, zorg en welzijn, veiligheid en justitie, bedrijfsleven, enz.

[1] Handreiking vroegsignalering LVB, Landelijk Kenniscentrum LVB, 2015
[2] Aanpassing Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, VNG, 2019
[3] Handreiking vroegsignalering LVB, Landelijk Kenniscentrum LVB, 2015; Factsheet De meerwaarde van integrale vroeghulp in uw gemeente, VNG, 2018
[4] Maatschappelijke Business Case ‘Vroeginterventie en vindplaatsgerichte werken op school en opvang’, Sinzer in opdracht van Gemeente Nijmegen, 2017
[5] Factsheet Kansrijke start, Pharos, Ministerie van VWS, 2019; Handreiking Integrale Vroeghulp, Ministerie van V&J, Ministerie van VWS, VNG, Integrale Vroeghulp, 2014; Handreiking vroegsignalering LVB, Landelijk Kenniscentrum LVB, 2015
[6] Handreiking vroegsignalering LVB, Landelijk Kenniscentrum LVB, 2015
[7] Factsheet Kansrijke start, Pharos, Ministerie van VWS, 2019
[8] Whitepaper Seksuele grensoverschrijding en seksueel geweld, Movisie, Rutgers, 2019
[9] Factsheet Kansrijke start, Pharos, Ministerie van VWS, 2019
[10] Handreiking vroegsignalering LVB, Landelijk Kenniscentrum LVB, 2015
[11] Signaleringslijst NAH bij kinderen en jongeren, Vilans, 2018
[12] Oog voor mensen met een licht verstandelijke beperking, Movisie, 2018
[13] Handreiking vroegsignalering LVB, Landelijk Kenniscentrum LVB, 2015
[14] Handreiking vroegsignalering LVB, Landelijk Kenniscentrum LVB, 2015
[15] Handreiking vroegsignalering LVB, Landelijk Kenniscentrum LVB, 2015
[16] Handreiking vroegsignalering LVB, Landelijk Kenniscentrum LVB, 2015
[17] Oog voor mensen met een licht verstandelijke beperking, Movisie, 2018
[18] Factsheet Kansrijke start, Pharos, Ministerie van VWS, 2019; Factsheet De meerwaarde van integrale vroeghulp in uw gemeente, VNG, 2018

Eens sparren?

Op de hoogte blijven? Schrijf je in!