Visie MEE – Zelfstandig wonen

Wonen in een complexe samenleving begint bij het bevorderen van sociale inclusie

Als beschermende woon- en werkvormen ontbreken, zijn kwetsbare mensen op een maatschappelijk vangnet aangewezen. Veel inspanningen nu richten zich op acute situaties van vermeende verwardheid, gedrag dat kan voortkomen uit een niet-zichtbare beperking. Maar verwarring is geen permanente staat van zijn. Wat is nodig? MEE pleit voor het verder naar voren trekken van een inzet op preventie, opdat de focus rondom het thema zelfstandig wonen verschuift van het voorkomen van overlast naar het bevorderen van sociale inclusie. En het organiseren van een laagdrempelige ‘vinger aan de pols’ rondom belangrijke overgangsmomenten in het leven van iemand met een beperking.

De maatschappij wordt steeds complexer. Een groeiende groep mensen heeft problemen om dit bij te benen. De complexiteit vervreemdt deze groep van de maatschappij[1]​. De groep met een IQ tussen de 70 en 85 in het bijzonder, evenals (niet-zichtbare) beperkingen als niet-aangeboren hersenletsel of autisme. Volgens de Toekomstwijzer kwetsbare doelgroepen 2019-2025 zouden beschermende woon-, werk- en leefvormen, veilige wijken en een beschermende gemeenschap een uitkomst zijn voor deze groep, opdat die de wereld eenvoudiger maken. Die bescherming kan fysiek zijn (wonen), maar kan ook in de context bezien worden (werken) of zelfs virtueel (een veilige omgeving en/of pedagogisch klimaat). Het idee dat je er niet alleen voor staat, een combinatie van ‘zorgen dat’ en ‘zorgen voor’, Gemeinschafts-zin.

De politiek beweegt echter de andere kant op. En mede door het groeiende individualisme dreigt een steeds groter onderscheid tussen weerbare en kwetsbare wijken en mensen: “De een heeft het geld en de netwerken om zaken goed te regelen, de andere ontbeert beiden en is op zichzelf aangewezen”[2].

Stapeling: extramuralisering en toenemende complexiteit
Het scheiden van wonen en zorg (extramuralisering) vermindert daarnaast de mate waarin kwetsbare doelgroepen en hun hulpbehoefte herkend worden in hun eigen woonomgeving. En als de hulpbehoefte in de wijk wel gesignaleerd wordt, is het onduidelijker dan voorheen tot wie je je kunt richten. Deze extramuralisering is niet nieuw. Het zicht op de effecten ervan voor kwetsbare groepen ontbreekt echter[3]. In combinatie met het complexer worden van de samenleving komen individuele gevallen echter steeds meer in beeld, zonder dat deze nog gelinkt worden aan een achterliggende behoefte van een grotere groep. Zo hebben bijna alle woningcorporaties in toenemende mate te maken met overlast van bewoners met ‘verward gedrag’[4].

Verward gedrag
Klachten bij woningcorporaties en in de wijk resulteren echter sneller in politie-inzet dan de juiste hulp. En ondanks de goede wil van gemeenten, woningcorporaties en zorgorganisaties om elkaar te vinden in platformen rondom wonen, welzijn en zorg, wordt adequaat samenwerken bemoeilijkt. Door privacyvraagstukken. Het niet verder kunnen komen dan de voordeur. Of het ontbreken van de kennis, expertise óf capaciteit benodigd om preventief een vinger aan de pols te houden bij deze doelgroep.

 

Niet-zichtbare beperkingen en verward gedrag
Van de groep mensen, die verward gedrag vertonen, heeft een aanzienlijk deel LVB, NAH en/of autisme. Harde cijfers zijn er niet, wel indicaties. In Nederland heeft 13,5% van de bevolking een IQ van onder de 85. Omdat deze mensen meer kans hebben op het vertonen van verward gedrag, zal dit percentage binnen de groep ‘mensen met verward verdrag’ nog hoger zijn. Percentages boven de 30% voor LVB in de justitieketen zijn zeer waarschijnlijk[5]. Van de gevangenispopulatie heeft 25% met zekerheid traumatisch hersenletsel (NAH), waarschijnlijk ligt dit percentage nog hoger[6]. MEE levert honderden crisisdiensten per jaar voor kwetsbare inwoners die in escalerende situaties terecht komen. Ongeveer 60% van hen heeft een LVB, 10 tot 15% autisme en 10 tot 15% NAH (peiljaar 2015).

Inzicht in achtergrond vergroot effectiviteit aanpak
Niet-zichtbare beperkingen en het daaruit voortkomende gedrag kunnen – al dan niet terecht – als verward worden aangezien. Vaak is er eerder sprake van ‘vermeend verward gedrag’. Een tijdige herkenning van NAH, LVB en/of ASS en weten daarmee om te gaan, kan escalatie van ‘verwarde situaties’ voorkomen. Bij een combinatie van een niet-zichtbare beperking met verward gedrag is het goed te weten hoe te handelen om een gepaste benadering, zorg en onder­steuning te kunnen bieden.

Wie is aan zet?
Uit onderzoek blijkt dat professionals in de keten rondom wonen verwachten dat vooral de wijkteams in staat zouden moeten zijn om met deze problematiek om te gaan en maatwerkoplossingen te bieden. Opvallend is echter dat het kennisniveau van wijkteams door deze professionals en door leden van wijkteams zelf niet erg hoog wordt geacht[7]. In geval van twijfel valt men vaak terug op afspraken met de GGZ of inzet vanuit de ambulancedienst, in de veronderstelling dat zij eventueel verder raad weten met personen met achterliggende oorzaken van verward gedrag. Het onderzoek concludeert een algehele bevestiging van kennisbehoefte over achterliggende oorzaken van verward gedrag, dat er sprake is van slechte aansluiting sociaal domein en justitie/ambulancezorg en een behoefte aan faciliteren van lokaal professioneel contact tussen collega’s binnen en buiten de eigen organisatie.

De branchevereniging van woningcorporaties roept dan ook op te onderkennen dat langer zelfstandig wonen tot problemen leidt en dat er meer regie moet komen om kwetsbare huurders passende zorg en begeleiding te geven[8].

Als beschermende woon- en werkvormen ontbreken
Deze kwetsbare groepen hebben noch de sociale vaardigheden noch het broze netwerk om zich staande te houden en dat verandert niet door de tijd[9]. Zelfredzaamheid en eigen kracht leiden tot verdere verschraling van de zorg en druk op het toch al zwakke netwerk. Dus als beschermende woon- en werkvormen ontbreken, zijn de mensen op een maatschappelijk vangnet aangewezen. En als dat niet meer functioneert, eindigen veel van deze mensen op straat. Kunnen en willen wij accepteren dat een deel van de mensen gewoonweg niet meekomt met onze maatschappij, is de vraag die gesteld wordt.

Bevorderen van sociale inclusie
Veel inspanningen rondom ‘mensen met verward gedrag’ nu richten zich op de acute situatie van verwardheid. Dan is er een grote noodzaak. Vaak zijn dit de situaties die als ‘incidenten’ in de media verschijnen en de beeldvorming bepalen. Maar duidelijk is dat net zo belangrijke fasen die van het stabiliseren en voorkomen zijn[10]. Verwarring is geen permanente staat van zijn. ‘Verwarring’ is een moment van crisis met een voor- en een na traject. Iedere fase heeft een eigen dynamiek, thema’s en vragen.

Uiteindelijk gaat het om het bevorderen van sociale inclusie. Bevorderen van participatie in brede zin, redzaamheid, zorgen voor elkaar, benutting van sociale netwerken en vergroten van veiligheid zijn daarbinnen belangrijke thema’s. Niet alleen voor mensen met psychiatrische aandoeningen, maar ook voor mensen met NAH, LVB en ASS; achterliggende oorzaken voor het vertonen van verward gedrag. Het belang van preventie, vroegtijdige signalering en een samenhangende aanpak in alle fasen komt terug in de bouwstenen voor een sluitende aanpak voor mensen met verward gedrag[11].

Preventieve inzet verder naar voren halen
MEE pleit voor het verder naar voren trekken van deze inzet op preventie, opdat de focus rondom het thema zelfstandig wonen verschuift van het voorkomen van overlast naar het bevorderen van sociale inclusie. En daarmee duurzaam gewerkt wordt aan het zelfstandig kunnen wonen in een complexere samenleving. Bijvoorbeeld rondom de cruciale leeftijd van 18 jaar. Rond die leeftijd verandert er veel in wet- en regelgeving en is, vanuit de veronderstelling dat iemand volwassen is, (de mogelijkheid tot) zelfstandig wonen een natuurlijk bespreekmoment. Daarnaast pleit MEE voor het organiseren van een ‘vinger aan de pols’ na het overgangsmoment van zelfstandig wonen.

Cruciale kruispunten in leven met beperking
In tegenstelling tot mensen zonder beperking, wordt het leven van iemand met een beperking vaker gekenmerkt door pieken en dalen op cruciale kruispunten en keuzemomenten. Overschatting en het niet kunnen overzien van de consequenties van keuzes op die momenten, zorgen voor uitval en (vergaande) problematiek. Daarnaast hebben problemen in het ene levensgebied bij mensen met een beperking invloed op legio andere levensgebieden[12]. Zij doen dan ook relatief vaak een beroep op voorzieningen op verschillende domeinen zoals zorg, wonen, sociale zekerheid, onderwijs, jeugdhulp en justitie[13]. Het is daarom zinvol om ondersteuning niet alleen vanuit één specifiek levensgebied te bekijken, maar om deze vanuit meerdere levensgebieden integraal in beeld te brengen; juist de levensgebieden die essentiële belemmeringen kunnen vormen voor succesvolle participatie. Onderzoek bevestigt dat een levensbrede aanpak vier keer de investering oplevert[14].

Vinger aan de pols en integrale benadering
MEE pleit voor het organiseren van een laagdrempelige ‘vinger aan de pols’ rondom dergelijke belangrijke overgangsmomenten in het leven van iemand met een beperking. Door preventief contact te hebben op cruciale momenten en na te gaan of het (nog) goed gaat op alle levensdomeinen die van invloed kunnen zijn op het slagen van het eigen toekomstplan. Bijvoorbeeld ook de thuis- of financiële situatie en belangrijke overgangsmomenten in iemands leven, zoals een verhuizing of een gezin stichten. En door de informele en formele netwerken om iemand heen die dit kunnen ondersteunen, waar nodig, tijdig te activeren. Hij of zij is de verbindende schakel tussen alle betrokken partijen; niet alleen de persoon in kwestie en, bijvoorbeeld, diens werkgever, maar ook hulpverleningsinstanties en naasten. Doordat er tijdig (informele) hulp kan worden ingeschakeld, kan er maximaal preventief op- en afgeschaald worden op cruciale momenten om uitval en (vergaande) problematiek duurzaam te voorkomen.

Die vinger aan de pols kan ingevuld worden vanuit de huidige keten rondom zelfstandig wonen, in het voorveld, potentiële ‘uit huis gaanden’ signalerend vanuit lokale vindplekken (wijkteam, hulpverlening die al betrokken is, huisarts, school, eigen netwerk). Belangrijke aandachtspunten bij de invulling van die rol zijn: kennis van achterliggende oorzaken van verward gedrag en wat het betekent om ‘inclusief’ te wonen. Expertise in het betrekken van het netwerk. Mogelijkheid tot responsiviteit, op- en afschalen. Werken vanuit een toekomstplan met evaluatiemomenten en wie heb je nodig, niet alleen gericht op het moment van op jezelf gaan of verhuizen, maar ook daarna (woon- en leefsituatie is niet statisch). Naast iemand gaan staan, vertrouwen opbouwen, samen kijken wat er nodig is. En vanuit die rol ook een interventie kunnen doen op het moment dat iemand al langer zelfstandig woont en er een incident plaatsvindt waarbij alle betrokken partijen er meer baat bij hebben dat de persoon in kwestie gemotiveerd wordt om in een stand van oplossing te komen in plaats van conflict (bemoeizorg voor zijn, met minder uren meer betekenen, duurzaam, voorkomen dat het netwerk deze persoon laat vallen).

Tot slot vanuit een visie gericht op meedoen en mogelijkheden, niet op overlast. Inclusief wonen betekent ook mee doen in de buurt en ‘leren’ wat het betekent om een buurtbewoner te zijn.

Meedoen is doen
MEE gelooft in doen. Onze kennis is practice based. We borduren voort op de kennis die er al is. En hebben echte ‘kunners’ in huis. Die meedoen mogelijk maken. En meedoen mogelijk maken faciliteren. Samen met partners. En ervaringsdeskundigen, de mensen om wie het gaat en hun omgeving. Ook de VNG stelt dat preventie geen behoefte heeft aan evidence-based, maar aan practice- en value-based motivatie. Werken aan preventie komt voort uit vertrouwen tussen professionals en bestuurders vanuit verschillende domeinen, in het volle besef dat de besparingen mogelijk ook elders liggen. MEE is de expertisepartner voor alle partijen die zelfstandig wonen mogelijk willen maken en kan de benodigde kennis, advies en ondersteuning bieden: woningcorporaties, platformen zorg en welzijn, gemeenten, politie, GGZ, enz.

[1] Koplopers in de zorg, Toekomstwijzer kwetsbare doelgroepen 2019-2025, 2019
[2] Koplopers in de zorg, Toekomstwijzer kwetsbare doelgroepen 2019-2025, 2019
[3] Koplopers in de zorg, Toekomstwijzer kwetsbare doelgroepen 2019-2025, 2019
[4] Aedes, Corporatiemonitor Woonoverlast 2019

[5] Rapport “Prevalentie licht verstandelijke beperking in het justitie­domein”, (Hogeschool Leiden, Hendrien Kaal, 13 mei 2016)
[6] Markant, 2017
[7] MEE NL, 2019, LVB en NAH in het vizier
[8] Aedes in Gemeente.nu ‘Betere samenwerking nodig tegen woonoverlast’, 26 september 2019
[9] Koplopers in de zorg, Toekomstwijzer kwetsbare doelgroepen 2019-2025, 2019
[10] MEE NL, 2019, LVB en NAH in het vizier

[11] Aanjaagteam Verwarde Personen, 2016
[12] International research on inclusion of young people with disabilities, 2007-2013
[13] Interdepartementaal beleidsonderzoek ‘Mensen met een licht verstandelijke beperking’, 2019
[14] Vanuit autisme bekeken, 2015

Eens sparren?

Op de hoogte blijven? Schrijf u in!