Visie MEE – Samenwerken in de keten

Samenwerken in de keten vraagt om daadkracht

De focus op preventie, schaarste in middelen en zoektocht naar efficiëntie in de keten komen samen in een stijgende vraag naar ketenaanpak en samenwerking. Maar als de wil er is en er veel kennis en expertise rondom wat werkt voorhanden is, waarom blijft deze op tal van maatschappelijke thema’s opkomen? MEE pleit, naast deskundigheid, verbinding en onafhankelijkheid, voor daadkracht. Meedoen is doen.

De focus op preventie, schaarste in middelen en zoektocht naar efficiëntie in de keten komen samen in een stijgende vraag naar ketenaanpak en samenwerking. Waarbij de urgentie, de mate waarin een maatschappelijk vraagstuk verandert in een maatschappelijk probleem, de drijvende kracht is achter de snelheid en daadkracht waarmee deze tot stand komt. Want ketensamenwerking is complex. En vergt soms het overstijgen van tegenstrijdige belangen, schotten en dilemma’s.

Zo hebben gemeenten per 1 januari 2021, dankzij een wijziging in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), de mogelijkheid om mensen met schulden tijdig in beeld te krijgen en schuldhulpverlening aan te bieden, door gegevens van burgers met betalingsstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars[1]. Vroegsignalering van problematische schulden is onderdeel van de brede schuldenaanpak van het kabinet om de schuldenproblematiek met een drastisch besluit terug te dringen, ook al raakt dit een ander belang: het beschermen van de privacy van mensen. Het belang om ‘de taak van het college van burgemeester en wethouders omtrent vroegsignalering en van schuldhulpverlening te verduidelijken’ overstijgt hierin de ‘ten behoeve daarvan noodzakelijke gegevensuitwisseling’[2].

 

Ketenaanpak en mensen met een beperking

De toenemende urgentie in een daadkrachtige ketenaanpak rondom kwetsbare mensen is in het voorbeeld van de schuldenproblematiek ook niet vreemd. De schuldenproblematiek in Nederland neemt toe. We laten ons makkelijk beïnvloeden door trends, reclame en sociale factoren en één foutje op internet leidt al snel tot grote problemen. Naast digitaal, wordt de samenleving steeds complexer. Uit onderzoek blijkt dat het aantal (zeer) laagopgeleiden onder mensen met schulden fors is oververtegenwoordigd. Tegelijkertijd geven professionals die te maken hebben met mensen met schulden, zoals schuldhulpverleners en bewindvoerders, aan dat hun kennis over mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) te beperkt is voor een effectieve omgang[3]. Ook kredietbanken en gerechtsdeurwaarders- en incassobureaus geven aan dat beperkte leesvaardigheden, hetgeen ook veel voorkomt bij mensen met een LVB, effectieve omgang met financiële problemen bemoeilijkt[4]. Een betalingsachterstand tijdig signaleren is één, maar ook in het proces erna is samenwerking en kennisuitwisseling rondom effectieve omgang met kwetsbare mensen, zoals de impact van een LVB, in de hele keten van belang om maximaal in te zetten op preventie. En te profiteren van de voordelen hiervan voor alle betrokkenen.

Verschillende factoren, misbruik op de loer

Bij mensen met een licht verstandelijke beperking spelen verschillende factoren en kenmerken gelijktijdig een rol waardoor zij sneller in de financiële problemen komen. Denk aan onvoldoende overzien van risico’s en consequenties van het eigen handelen. Maar ook financieel misbruik door de kwetsbaarheid die een LVB vaak met zich meebrengt. Of het lastig vinden om van online diensten gebruik te maken. Daarnaast staat stress, fouten en gemiste kansen die het gevolg zijn van onzekerheid over niet-begrepen brieven oplossingen in de weg. Evenals de verwachting over het correct kunnen inschatten van de ernst van de eigen financiële situatie.

Cruciaal in tal van ketens

Naar schatting van het SCP hebben zo’n 1,4 miljoen mensen een LVB. Het lukt hen daarnaast steeds minder goed om zonder ondersteuning in de maatschappij te functioneren; door de steeds complexer wordende samenleving is er in toenemende mate sprake van scheidslijnen langs opleidingsniveau en inkomen die samenvallen met verschillen in gezondheid, soort werk en werkzekerheid, woonlocaties, vrijetijdsbesteding, maatschappelijke opvattingen en omvang en kwaliteit van sociale netwerken[5].

De impact van leven met een beperking – naast LVB ook andere niet-zichtbare beperkingen als niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en stoornissen in het autismespectrum (ASS) – beperkt zich dan ook niet tot de keten rondom schulden. Ook in detentie is het aantal mensen met LVB oververtegenwoordigd: ongeveer 45% van alle gedetineerden in Nederland[6]. ADHD, autisme en LVB komen daarnaast relatief veel voor onder dak- en thuislozen (25%)[7]. En al meer dan 15 jaar is er een stijgende langdurige zorgvraag zichtbaar onder mensen met een LVB. Gezondheid is één van in totaal elf levensgebieden waarop mensen met een LVB in hun dagelijks functioneren problemen ondervinden[8]. Zij doen dan ook relatief vaak een beroep op publiek gefinancierde voorzieningen, waaronder zorg, wonen, sociale zekerheid, onderwijs, jeugdhulp en justitie.

Brancheorganisaties en belangenverenigingen in tal van ketens slaan dan ook de handen ineen in actieplannen rondom verward gedrag, schuldenaanpak of bijvoorbeeld loverboyproblematiek en mensenhandel. En allianties, convenanten en verdragen op het gebied van sport en gezonde leefstijl, toegankelijkheid of kennis over specifieke doelgroepen moeten ervoor zorgen dat organisaties zich gezamenlijk inzetten voor een samenleving waarin iedereen mee kan doen.

In tegenstelling tot mensen zonder beperking, wordt het leven van iemand met een beperking vaker gekenmerkt door pieken en dalen, volgend op cruciale kruispunten en keuzemomenten in het leven. Overschatting en het niet kunnen overzien van de consequenties van keuzes, zorgen voor uitval en (vergaande) problematiek. Waarbij een probleem in het ene leefgebied sterk invloed heeft op andere leefgebieden. Omdat problemen vaak hand in hand gaan, is de regierol in de keten van groot belang. Voor de persoon zelf, maar ook voor de maatschappij.

Integrale aanpak

In die stapeling van problemen ligt ook de oplossing: een integrale aanpak. Door een vraag of probleem niet geïsoleerd vanuit één leefgebied te benaderen, maar proactief na te gaan hoe het op alle leefgebieden gaat die van invloed zijn op het functioneren, valt er veel winst te behalen. Het oplossen van drempels op andere leefgebieden kan zodoende een positieve kettingreactie veroorzaken die domeinen en ketens overstijgen. Door de informele en formele netwerken om iemand heen te activeren die dit kunnen ondersteunen, ook bij nieuwe uitdagingen, ontstaat bovendien een duurzame oplossing.

 

Het effect van een integrale ketenaanpak bij jongeren

Sinds 2019 is een wetswijziging van kracht op de Wet educatie en beroepsonderwijs die tot doel heeft om alle jongeren van 12-23 jaar zonder startkwalificatie optimaal te ondersteunen in het vinden van een passende plek, dankzij een sluitend regionaal vangnet van partijen uit onderwijs, gemeenten, arbeid en zorg. Veel kwetsbare jongeren die midden in de transitiefase van school naar werk zitten, krijgen geen uitkering en hebben geen indicaties voor zorg. Daardoor kunnen ze nergens op terugvallen en zijn ze bij niemand in beeld. Rond diezelfde periode (18-/18+) verandert er voor hen ook veel in het wettelijk kader van hulp en ondersteuning én in de privé-situatie. Omdat de bovengenoemde problemen vaak hand in hand gaan, is de regierol in de driehoek zorg – onderwijs – werk van groot belang. Zowel voor de jongere zelf, maar ook voor de maatschappij. Met een integrale aanpak in de keten kunnen problemen bij de transitie van school naar werk worden voorkomen door op school te beginnen met ondersteuning gericht op het slechten van drempels op diverse leefgebieden, en deze door te laten lopen tot in het werk. Zo kan de jongere vanuit zijn of haar eigen kracht naar een baan toewerken en kan er tegelijkertijd een vinger aan de pols gehouden worden. Effectmetingen bij praktijkschoolleerlingen die op deze manier ondersteund zijn door een Toekomstcoach van MEE, tonen aan dat preventief coachen in deze cruciale fase van leven het afglijden van kwetsbare scholieren voorkomt[9].

Inzetten op preventie

Ook de VNG stelt dat een preventieve benadering vooral gebaat is bij een infrastructuur die mensen helpt bij diverse sociale levensvraagstukken: liever een coach die op gezette tijden en ‘bijsturend’ bijstaat dan deze kennis pas inzetten als de problemen zich al hebben opgestapeld[10]. Deze hulpstructuren zouden meer effect hebben dan landelijke programma’s en voorlichtende campagnes of negatieve prikkels om gedragsverandering af te dwingen. Mensen zijn nu eenmaal vrij om te leven; niet het politieke doel is leidend, maar de behoefte van mensen.

Succesfactoren

Als de wil er is, wat is dan nodig in een effectieve ketenaanpak en samenwerking rondom mensen met een beperking? MEE pleit voor:

  • Aandacht voor regie
    Niet voor iedere persoon met een beperking is een zelfde mate van samenwerking in de keten noodzakelijk. Als iemand bijvoorbeeld een fysieke beperking heeft en daardoor deels afhankelijk is van hulp, maar verder prima regie voert over het eigen leven, dan bestaat er het risico dat er – hoe goedbedoeld ook – als gevolg van de uitvoering van een afgesproken protocol of procedure óver je gesproken en besloten wordt in plaats van met, terwijl iemand er prima toe in staat is om het gesprek over handelingen te voeren. Maar omdat een beperking, zichtbaar dan wel niet zichtbaar, chronisch is, kan het wel prettig zijn binnen een keten niet voortdurend opnieuw aan een nieuwe of andere professional te hoeven uitleggen hoe te handelen. Bij ketenaanpak en samenwerking is het dan ook van belang dat de professional hoe dan ook blijft vertellen wat hij of zij doet of gaat doen en de vraag ‘Is het oké wat ik nu ga doen?’ te blijven stellen alvorens te handelen.
  • Netwerk eerste schakel in de keten
    Als er geen sprake is van regie, is het zaak te weten waar het belang van de persoon ligt alvorens daarnaar te goeder trouw te handelen. Zie het belang in van het netwerk om iemand heen als onlosmakelijke schakel in de keten. Heb vertrouwen in de kennis en kunde van het directe, informele netwerk als eerstvolgende in de keten (naasten, mantelzorgers). Dit netwerk houdt namelijk naar alle waarschijnlijkheid al een leven lang rekening met iemands belang en is altijd aanwezig (ook als de professional weer vertrekt). Daar begint en eindigt de keten. Is er geen sprake van aanwezigheid van een direct, informeel netwerk, dan kan de professional zich afvragen of er wellicht een andere vorm van netwerk is, bijvoorbeeld de zorgprofessional die de persoon in kwestie verzorgt of ondersteunt. De vraag hierbij is wel: hoe ver mag de keten gaan in ‘bemoeienis’? Bewindvoering en mentorschap zijn dan belangrijke schakels als het gaat om belangenvertegenwoordiging. Bij ketenaanpak en samenwerking is het dan ook van belang het informele dan wel formele netwerk om iemand heen te zien als eerste schakel in de keten.
  • Blijf in contact
    MEE pleit dan ook om bij ketenaanpak en samenwerking altijd in contact te blijven over het belang van de persoon in kwestie. Als de persoon zelf hiertoe niet in staat is, dan met de directe schil daaromheen. Alleen dan kan het netwerk ook toelaten dat de keten ingrijpt als dat nodig is (vertrouwen in de keten). Ook al heeft de professional in de keten de intentie in het belang van de persoon te handelen, de vraag is altijd of deze dat goed voor ogen heeft en kan hebben. De behoefte en mate van regie van een persoon is namelijk niet statisch, daarom is het bij ketenaanpak en samenwerking van belang altijd in contact te blijven met (het netwerk van) de persoon op het moment van handelen.
  • Geen onderscheid
    Ieder mens een menswaardig bestaan gunnen is het uitgangspunt bij de intentie om mensen tegen zichzelf in bescherming te nemen, daar waar zij onvermogen hebben om consequenties van handelen zelf in te kunnen schatten. In gesprek gaan alvorens in te grijpen kan ervoor zorgen dat er alsnog regie bij iemand ontstaat om zelf iets anders te gaan doen. In het voorbeeld van schulden, wil je nog steeds dat iemand zelf inzicht krijgt waarom het niet handig is om schulden te maken. De aanpassing van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is een voorbeeld van vergaande ketenaanpak ‘om iemand in bescherming te nemen’. De maatschappij maakt daarbij een onderscheid tussen wat gezonde en wat ongezonde schulden zijn. Er zal echter een reden zijn dat iemand schulden maakt, ongeacht of je een beperking hebt of niet die gepaard kan gaan met onvermogen om een goede afweging te maken of consequenties van handelen te overzien. Het gesprek aangaan over wat de reden is van het maken van schulden is bij iedereen relevant, beperking of geen beperking. Bij ketenaanpak en samenwerking is het dan ook van belang zicht te blijven houden op het (recht op) gelijke behandeling.
  • Betrouwbaarheid is ‘key’
    Voorgaande kan soms hobbels in het proces en/of frictie opleveren met organisatie gedreven belangen. Voor de persoon in kwestie, die in zekere zin overgeleverd is aan de (kwaliteit van de) samenwerking, levert dit betrouwbaarheid op. Zeggen wat we doen en doen wat we zeggen. En als we dat niet hebben gedaan, gaan we het gesprek aan hierover, maken we excuses en gaan we het beter proberen. Betrouwbaarheid is essentieel omdat het gemis aan overzicht en zelfvertrouwen door een beperking en daardoor reeds opgelopen schade, vraagt om een betrouwbare partner. Ketenaanpak en samenwerking betekent dan ook partnerschap aangaan. Niet alleen als organisaties en professionals in de keten onderling, maar ook met de persoon in kwestie en diens netwerk. En dan is het succesvol, want betrouwbaarheid laat loslaten zonder daarbij de regie over te hoeven geven, aangezien er vertrouwen is dat diegene uit zijn of haar belang handelt. Dit is een voorwaarde voor succes en alleen dan bereiken we ook inclusie. Bij ketenaanpak en samenwerking is het dan ook van belang in elke processtap betrouwbaarheid ‘in te bouwen’, juist ook bij de schakels waarbij geen sprake is van tussenkomend menselijk contact. Bijvoorbeeld door het netwerk een functie te geven.
  • Daadkracht
    Voorgaande aspecten komen voort uit de kernwaarden van MEE: niet alleen deskundig als het gaat om een doelgroep, maar ook verbindend en onafhankelijk. Maar als de wil er is en er veel kennis en expertise rondom wat werkt voorhanden is, waarom blijft de vraag om ketenaanpak en samenwerking opkomen op tal van thema’s rondom kwetsbare mensen? Ketenaanpak en samenwerking vraagt om daadkracht, de vierde kernwaarde van MEE. Een pleidooi voor de regierol, een inspirerende verbinder die alle partijen (en belangen) met elkaar verbindt.

Meedoen is doen

MEE gelooft in doen. Onze kennis is practice based. We borduren voort op de kennis die er al is. En hebben echte ‘kunners’ in huis. Die meedoen mogelijk maken. En meedoen mogelijk maken faciliteren. Samen met partners. En ervaringsdeskundigen: de mensen om wie het gaat en hun omgeving. Ook de VNG stelt dat preventie geen behoefte heeft aan evidence-based, maar aan practice- en value-based motivatie[11]. Werken aan preventie komt voort uit vertrouwen tussen professionals en bestuurders vanuit verschillende domeinen, in het volle besef dat de besparingen mogelijk ook elders liggen. MEE is de expertisepartner voor alle partijen die ketenaanpak en samenwerking rondom mensen met een beperking mogelijk willen maken en kan kennis, advies, projectleiding en ondersteuning bieden aan overheid en ketenpartners binnen veiligheid en justitie, schuldhulpverlening, onderwijs, zorg en welzijn, arbeid, enz.

[1] VNG (2020). Wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gepubliceerd. Nieuwsbericht gepubliceerd op vng.nl op 17 juli 2020.
[2] Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2020). Staatsblad 2020, 239.
[3] NVVK, BPBI, Sociaal Werk Nederland, Federatie Opvang, Divosa, Cedris, SBCM, MEE NL (2018). LVB, schulden en werk.
[4] Kredietbank Nederland, Syncasso Nederland BV, Stichting Lezen en Schrijven, Rijksuniversiteit Groningen (2019). Lezen is niet begrijpen.
[5] Interdepartementaal beleidsonderzoek ‘Mensen met een licht verstandelijke beperking’ (2019).
[6] Programma Sociaal Domein (2020). Re-integratie na detentie: Goed op weg uit de bajes. Nieuwsbericht gepubliceerd op 07-10-2020 op de website van Programma Sociaal Domein.
[7] Movisie (2019). Wat werkt bij de aanpak van dak- en thuisloosheid onder jongeren.
[8] Interdepartementaal beleidsonderzoek ‘Mensen met een licht verstandelijke beperking’ (2019).
[9] MEE (2020). Effecten van de pilot Toekomstcoach.
[10] VNG (2018). Preventie. Een eerste richtingwijzer voor gemeenten.
[11] VNG (2018). Preventie. Een eerste richtingwijzer voor gemeenten.

Eens sparren?

Op de hoogte blijven? Schrijf je in!

Contact